F van Frédéric Bastet

Sneltram 51
Literaire scheurkalender, 20-9-2006

Om mee te maken dat NRC-coryfee Elsbeth Etty aantreedt als hoogleraar Literaire Kritiek aan de Vrije Universiteit, neem ik aan Amsterdam Centraal sneltram 51. Voor mij stapt een heer in, en tegen mijn gewoonte in om apart te gaan zitten, zet ik me tegenover hem.
“Hoe herken ik de halte Vrije Universiteit?” vraag ik. “Elsbeth Etty,” antwoordt hij, alsof dat een codenaam is. “Ze is zeer bekend van de krant,” zegt hij. “Ik kom voor de gelegenheid uit Brussel,” zeg ik, en als ons banale gesprek stokt, haalt hij een plattegrond uit zijn binnenzak en begint die te bestuderen. Ik bestudeer hém. Grijs haar, bril met donker montuur, geleerde kop. Hij trekt met zijn mond, eenzelvige mime. Aan de bewuste halte wordt behalve de straatnaam “VU” omgeroepen. We stappen uit. “Komt u uit de journalistieke of de literaire wereld?” durf ik op de valreep van ons samenreizen toch te vragen. “Uit de literaire,” zegt hij monkelend, “ik kreeg zopas de P.C. Hooftprijs.” En nog meer monkelend: “Frédéric Bastet.”
Hijzelve! De Couperusbiograaf! Ik gaf zijn Helse liefde aan vrienden cadeau en recenseerde jubelend De schele hertogin, het verhaal van Marie-Caroline de Berry, dat een oude professor “zo vrolijk vrouwelijk” heeft opgeschreven. De professor is 78, weet ik, maar dat was hem niet aan te zien in sneltram 51.