Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

Jacqueline van Leeuwen in Tijdingen uit Leuven, nr. 128, 2002
Hartenheer is een leerrijk, inspirerend en hartverwarmend boek, voor elke geschiedenisliefhebber een must. Niet alleen omdat je zoveel bijleert over het boeiende politieke toneel in de zestiende eeuw, maar ook omdat het plezier van de geschiedbeoefening ervan afstraalt.

Eva Berghmans in De Standaard der Letteren, 8 november 2001
Koning Loser
Met Hartenheer keert Brigitte Raskin terug naar de roeping die haar schrijverschap voorafging, die van lerares geschiedenis. Het boek doet vermoeden dat haar geschiedenislessen erg aanschouwelijk waren.
De Hartenheer uit de titel is de Deense koning Christiaan II (1481-1558), die 77 jaar oud werd maar slechts tien jaar op de troon zat, van 1513 tot 1523. Bijna even lang leefde hij in ballingschap in de Nederlanden en vier jaar langer duurde zijn gevangenschap in eigen land.
Dat in dit boek talloze feiten - de klassiekers uit de geschiedenisles: data, veldslagen, familiebanden tussen vorstenhuizen, nietsontziende huwelijkspolitiek, namen van prominenten - te vinden zijn, ligt voor de hand, maar dat wil nog niet zeggen dat Hartenheer een geschiedenisboek is. Het is veeleer een persoonlijke kroniek. Dat begint al met de onderwerpskeuze: de verteller, een voormalige geschiedenislerares, vertelt hoe ze sympathie opvatte voor Christiaan omdat hij een verliezer was die bovendien onrecht aangedaan werd door de geschiedenis. "Christiaan Tiran" heet hij in Zweden. Voor Margareta van Oostenrijk, de landvoogdes van de Nederlanden, had hij afgedaan op het moment dat hij trouwde met haar nichtje en pleegkind Isabella; zijn minnares, Duveke, was haar een doorn in het oog.
Laat die complexiteit nu net zijn wat Raskin fascineert. Het is niet omdat Christiaan Duveke niet verstoot, dat hij Isabella automatisch tekort doet, suggereert Raskin; na Duvekes dood is hij zijn koningin wel trouw. Het is maar één voorbeeld van hoe Raskin de zwart-wittekening uit de geschiedenisboeken weerlegt. Naast inzichtelijk maakt ze de geschiedenis vooral inleefbaar, waarbij ze opvallend veel aandacht besteedt aan de levensverhalen van de vrouwen.
Buien van nukkigheid, wreedheden in Zweden, besluiteloosheid, alles krijgt een plaats zonder dat de vertelster haar sympathie voor koning Christiaan verliest. Zijn verhaal is in meerdere opzichten ook haar verhaal. Zo vertelt ze geregeld hoe de stukjes van de puzzel in elkaar vielen, welke bronnen ze gevonden heeft, welke plaatsen ze bezocht heeft. Hartenheer is dus ook een beetje een reisverhaal, en zelfs een eerbetoon aan Denemarken, een land dat wij in onze hang naar het zuiden te veel over het hoofd zien, volgens de geschiedenislerares. Af en toe lijkt het reisverhaal wel een verslag van een pelgrimstocht, met zoveel ijver is ze op zoek naar tastbare overblijfselen van de Hartenheer. Aan dergelijke objecten hangt Raskin haar verhaal graag op, vooral portretten inspireren haar vaak bij karaktertekeningen of dienen als inleiding op een anekdote.
Een andere ingreep om de lezer bij de les te houden, zijn de vele vormen waarin het verhaal, hoofdstuk na hoofdstuk, gegoten wordt. Zo is er een erg geslaagde "tragedie". Verschillende stemmen, van mensen in de haven, in de herberg, in het paleis, becommentariëren de aankomst van Isabella in Denemarken. Voorts zijn er onder meer een kroniek, een reisverhaal, een verdedigingsrede; sommige vormen, zoals het filmscenario, zijn iets minder geslaagd, maar het is in elk geval een werkbare techniek om de geschiedenis levendig te houden.
Er is ook een externe reden voor de sympathie van de geschiedenislerares voor Christiaan: tussen de regels laat ze verstaan dat haar eigen hartenheer, haar geliefde die naamloos blijft, in complexiteit niet onderdoet voor de Deense hartenheer. Ze schrijft het verhaal als een cadeau voor hem en na elk hoofdstuk voegt ze een brief aan hem in.
Die brieven zijn natuurlijk expliciet persoonlijk, maar ook in de rest van het boek voel je constant de aanwezigheid van de vertelster. In opmerkingen, maar zelfs in de nogal zakelijke verslagen van de zoveelste veldslag of machinatie. De stijl is haar stem: helder, sprankelend, vinnig, in korte zinnen en eenvoudige bewoordingen, soms op het naïeve af. Het is even wennen: een koningsverhaal, zo helder en licht verpakt dat je het bij momenten leest als een sprookje van de - geregeld geciteerde - Hans Christian Andersen.