Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

voorwoord
LEVENSLESSEN

Het begint met nieuwsgierigheid.
Marie Bashkirtseff? Nooit van gehoord. Maar ze moet bekend zijn, want in de mooie reeks "privédomein" is "een keuze uit haar dagboeken" verschenen.
Mary Bell? Leuke naam. Maar ik vind het vreemd dat haar levensverhaal is geschreven door de journaliste die naam maakte met een biografie van Albert Speer, de nazi-architect.
Mia Farrow. Mij bekend als actrice. Maar wat bezielt haar om zoveel kinderen te willen en hoe kwam ze aan de Koreaanse dochter met wie Woody Allen haar bedroog?
Maria Dermoût. Haar Verzameld Werk is mijn lievelingsboek, en nu is er Geheim Indië over haar leven.
Toegegeven, ik ben even nieuwsgierig naar mannen als naar vrouwen. Bijvoorbeeld naar Charles Lindbergh. "Geluksvlieger, ongeluksvader" betitelde ik mijn bespreking van zijn biografie door A. Scott Berg. Sinds ik dat boeiende boek heb gelezen, denk ik dikwijls aan Lindbergh en verwijs ik in gesprekken naar zijn belevenissen. Ik onthoud dat hij zijn historische vlucht over de oceaan ondernam in 1927, voor mij nu een referentiejaar.

Maar aan mannenlevens kan ik me niet spiegelen, en met vrouwen kan ik meeleven. Alma Mahler raakt me meer dan Charles Lindbergh. Als ik in gesprekken naar haar belevenissen verwijs, wil ik ook iets over mezelf en over la condition féminine zeggen.
Toen ik in de jury van de Anna Bijns Prijs 1993 zat, was het werk van Elisabeth Keesing voor mij een revelatie. Ik wil mijn schrijverschap niet inruilen tegen dat van haar, maar aan Het volk met lange rokken had ik graag meegewerkt. Dr. Keesing portretteert in dat boek geleerde zeventiende-eeuwse dames als Anna Roemers Visscher, naar wie de heren "als naar een aangekleed aapje" keken.

In de galerij waar ik u binnenleid, hangen dan ook alleen portretten van vrouwen. Twee van hen leefden in de negentiende eeuw, de zeven anderen in de twintigste. Mooie vrouwen, artistieke vrouwen, tragische vrouwen, intrigerende vrouwen. Het liefst kondig ik hen aan als femmes fatales, althans in de betekenis die ik aan die uitdrukking geef: vrouwen die God Lot stevig heeft aangepakt en sterk heeft getekend. Dat femme fatale doorgaans synoniem is met verleidster, vind ik even ergerlijk als dat femme savante synoniem werd met blauwkous. Anne Frank werd geen vrouw, bleef voor altijd een tienermeisje. Toch verpersoonlijkt zij voor mij de fataliteit, is ook zij een femme fatale.
De negen vrouwen die ik in Een en al vrouw bijeenbreng, zijn om uiteenlopende redenen bekend of miskend. Zie haar eens anders, Anna Anderson, de valse Anastasia. Haar portret is getekend door de Ierse Mary Morrissy, die haar onderwerp zo ongewoon heeft aangepakt dat ook zij me intrigeert.
Want de vrouwen in mijn galerij hebben andere boeiende vrouwen meegebracht, behalve hun moeders, vriendinnen en dochters, ook biografen, journalistes, romancières. Ze hebben onvermijdelijk ook mannen meegebracht, vader Otto Frank, vriend Woody Allen, echtgenoot Gustav Mahler, minnaar Oskar Kokoschka, geheime liefde Aldert Brouwer en de andere mannen van hun leven. Twee vrouwen worden door een mannelijke biograaf gechaperonneerd, Maria Dermoût door Kester Freriks en Marie-Caroline de Berry, alias De schele hertogin, door Frédéric Bastet. Die laatste heeft op zijn beurt andere beroemdheden meegebracht, Chopin en George Sand, Liszt en Marie d’Agoult, de hoofdpersonen in zijn Helse liefde.

De negen vrouwenportretten zijn boekbesprekingen. Daarom zijn ze behalve door mijn nieuwsgierigheid ook door mijn leesplezier geïnspireerd. Hoe liever ik een boek lees, hoe liever ik het bespreek. Lezen is mijn lieve leven, schrijven is het metier waarvan ik leef.
De uitgeefsters en ik maakten voor deze bundel een keuze uit mijn verzameling boekenstukken. Het is niet toevallig dat de stukken die we afwezen, weliswaar ook over interessante vrouwen gaan, maar niet over interessante boeken. Ik zou zelfs meer zeggen: ik ben Marie-Caroline de Berry – eerder nooit van gehoord – pas een interessante vrouw gaan vinden omdat Fréderic Bastet een interessant boek over haar heeft geschreven, wat zeg ik, een héérlijk boek, bijna driehonderd bladzijden om van te smullen.
Ik lees, ik schrijf. Van wie zich aangesproken voelt door mijn bespreking verwacht ik dat zij of hij het boek, de boeken, waarover ik het heb, leest. Biografieën en autobiografieën, maar ook het hele oeuvre van Elisabeth Keesing en het Verzameld Werk van Maria Dermoût. Reken maar, dát is pas rijkdom, tienduizend kostbare dingen.

Dat boekenwijsheid ballast is, ersatz voor eigen ervaring, zul je mij niet horen zeggen, integendeel. Van de vrouwen en hun entourage over wie ik heb gelezen en geschreven, heb ik veel geleerd, levenslessen gekregen. Daarom eindigt het met levenswijsheid.