Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

fragment 1
WELKOM OF BIENVENUE


Het is de Belgische taalgrens niet aan te zien dat ze zich als een splijtzwam door het land heeft geboord. Ze oogt rustig en vredig. Haar parcours is een paar honderd kilometer lang en slingert onopvallend van west naar oost, van Nieuwkerke, een deelgemeente van Heuvelland, naar Clermont, dat tot Les Plus Beaux Villages de Wallonie behoort. Soms valt ze samen met een landweggetje, loopt ze mee met een gemeentelijke asfaltbaan, bakent ze tegelijk een weide of veld af. Soms kruist ze een grotere weg en is ze gemarkeerd met een plaatsnaambord of een groter bord dat je welkom of bienvenue heet in de regio of provincie die je betreedt.

België is aan weerszijden van de Germaans-Romaanse taalgrens ontstaan zonder dat zij een hindernis vormde, laat staan een struikelblok. Maar in de loop der eeuwen stapelde zich in het land een wél hinderlijke taalbarrière op tussen rijk en arm, tussen de hogere klassen die Frans spraken en de lagere klassen die Fransonkundig waren. Die alomtegenwoordige sociale taalgrens werd aan de zuidkant van het land uitgewist toen de Walen van hun Waals dialect naar de cultuurtaal Frans overschakelden. Aan de noordkant van het land sleet de sociale taalgrens zich dieper in terwijl de bovenlaag van de Vlaamse bevolking van Vlaams naar Frans overschakelde.
Al kort na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 verzette de Vlaamse Beweging zich tegen de openbare Franse eentaligheid van het land. Tegelijk zette ze zich in voor de emancipatie van de Vlamingen dankzij de cultuurtaal Nederlands, die net zo goed de standaardtaal is van de Vlamingen als van de Hollanders.

De eerst eenvoudige taaltegenstelling die tot taalwetgeving leidde, leidde tot het ingewikkeld communautair conflict dat tot staatshervorming dwong. In die ontwikkeling kwamen het Vlaamse en het Waalse volk tegenover elkaar te staan als twee nationale gemeenschappen, niet elkaars vijanden, maar toch dikwijls elkaars tegenstanders. Want al woedde er nooit een echte taaloorlog in België, er heerste ook nooit echte taalvrede.
Toch is de Belgische tweedeling geen kwaadaardige kwaal. Ze is een onomkeerbaar en leerrijk geschiedenisverhaal. Dat begint als alle grote verhalen vóór de Romeinen.

fragment 2
OPEN EINDE


Zo ging de Belgische geschiedenis naadloos over in de Belgische actualiteit. De politiek in de eerste decennia van deze eeuw gelijkt als twee druppels water op die in de laatste decennia van de vorige eeuw: elke staatshervorming geeft door moeizaam bereikte communautaire akkoorden meer autonomie aan de deelstaten Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Het interne samenspel tussen de federale overheid en de gewestelijke overheden is een voortdurende evenwichtsoefening en de federale overheid moet tegelijk overeind blijven in het internationale samenspel met haar partners in de Europese Unie. Die beide prestaties moet ze slag na slag leveren in Brussel, een hoofdstad die nog hybrider is dan België zelf.

“Het Belgisch tussenniveau zien we op termijn verdampen”, stelt de N-VA, die in 2010 aan Vlaamse kant overtuigend de federale verkiezingen won, ook dankzij de populariteit van haar kopman Bart de Wever. De Vlaams-nationalisten zien dat verdwijnen van België graag gebeuren, het gros van de Vlamingen zou het (ondanks zijn kiesgedrag) betreuren. De Walen zouden dat ook, al bereiden hun politici het uiteenvallen van het land voor door de band met Brussel aan te halen in wat ze de Federatie Wallo-Brux noemen, een (niet institutionele) strategie die het FDF toejuicht en de Waalse socialisten verdeelt.
Met dat al lijkt het er soms op dat België zijn 200ste verjaardag niet haalt en ook de tijd van zijn onafhankelijkheid een hoofdstuk zal zijn in de geschiedenis van zijn grondgebied, veel korter dan de Romeinse en iets langer dan de Spaanse tijd. Toegegeven, België kreeg in 1830 en het Belgisch grondgebied al veel eerder een gespletenheid mee die zijn bestaan zo bemoeilijkt dat de Vlamingen zich tot een apart volk ontwikkelden, de Walen hun eigen gebied in handen namen en de Brusselaars hun stad als een zelfstandige eenheid gingen zien.

Dat er toch belgitude bestaat, een eigenheid die de Belgen bindt en van anderen onderscheidt, blijkt hoe dan ook niet in het wettelijk en wel in het werkelijk land, omdat die eigenheid niet zit ingebakken in België maar in zijn bewoners, misschien al van toen zij nog Belgae waren, of Franken of Gallo-Romeinen of particularisten.
Waar de taalgrens zich van oudsher bevond, lopen nu soms straten die strikt de grens vormen tussen een Vlaamse en Waalse gemeente, een Vlaamse en Waalse provincie, het Vlaams en Waals gewest, de Vlaamse en Franse Gemeenschap. Maar geen vierdubbele grens belet de bewoners aan weerszijden van zo’n straat om in de beste verstandhouding elkaars buren te zijn en voorbeeldig twee- of meertalige landgenoten.