Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

"Savu, Sabu, Sawu. Wie het eiland benoemt, kiest zelf de tweede medeklinker en kiest daardoor partij. Voor de v van de Nederlanders, ooit de veroveraars. Voor de b van de Indonesiërs, nu de machthebbers. Voor de w van de Sawunezen, van oudsher de bewoners.
[…] De Sawunezen hadden geen schrift en hun geschiedenis werd mondjesmaat overgeleverd. Zo komt het dat hun liederen van verlangen geheimzinnig klinken en alleen aan hun klank van weemoed herkenbaar zijn.
Ik, die u dit verhaal vertel, beluisterde die liederen als waren ze lokkende zang en liet me op Sawu ontschepen. Dat gebeurde in de tijd dat de laatste radja Tanja er heerste, een prachtige man met de oogopslag van een hert. Sindsdien is er veel op Sawu veranderd. Ik raad u dan ook aan er niet naartoe te gaan. Zie Sawu alleen zoals ik het u beschrijf, als het verloren paradijs van de Tanja's en het vaderland van hun nakomelingen."

In Radja Tanja reist Lex, de zoon van Sam Tanja, vanuit Leiden naar Jakarta voor de laatste rite in de rouw om zijn vader. Lex wordt opgewacht door zijn neef Wim, die in Bogor woont. Samen ondernemen ze de verre tocht naar het kleine Sawu, de goede aarde van de lontarpalm.
Hun verhaal gaat over familiale samenhorigheid en ontbinding, over trots en vernedering, over liefde en afwijzing.