Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

Helen Hoelen, Surplus, 12-5-1998
Het gedeelde verleden van Indonesië en Nederland past in Raskins verhullende stijl. Niet altijd is immers even duidelijk waar de grenzen liggen tussen heden en verleden, tussen hier en daar. Het is als een onzichtbare wond die blijft trekken. Raskin laat de wond voor wat het is. Haar intrigeert het inhaalspel dat de tijd met Indonesië lijkt te spelen. Het gehele eiland Sawu lijdt in Raskins ogen aan "een voortdurende toestand van anachronisme". In de multatuliaanse proloog van de beheerst en poëtisch verhaalde historie schrijft zij: "Zie Sawu alleen zoals ik het u beschrijf, als het verloren paradijs van de Tanja's en het vaderland van hun nakomelingen." Met mooimakerij gaat vaak veel verloren. Bij Raskin niet.

Karel Osstyn, De Standaard der Letteren, 3-9-1998
Radja Tanja heeft iets weemoedigs, iets van: dit komt nooit weerom. Dit is een van de laatste stukjes "goede aarde", die misschien beter hadden kunnen blijven zoals ze altijd waren.

Joop van de Berg, Trouw, 21-8-1998
Brigitte Raskin legt de ziel van Indonesië bloot
In het nieuwe handboek van de koloniale letterkunde van Beekman, Paradijzen van weleer, staat een prikkelende stelling. Namelijk dat de kolonie Nederlands-Indië steeds meer gaat fungeren als een literair domein waaruit iedere schrijver kan putten. Ook zij die nooit in hun jeugd onder de palmen liepen, kunnen inspiratie opdoen uit het rijke Indische verleden. Het dwingende primaat van hen die roepen "dat je er geweest moet zijn" heeft zijn geldigheid verloren.
Dat die gewaagde stelling weleens waar zou kunnen zijn, wordt bewezen door het nieuwe boek van Brigitte Raskin, de Belgische schrijfster die tien jaar geleden de AKO-literatuurprijs won met Het koekoeksjong. Haar nieuwste roman Radja Tanja gaat over een bezoek aan een klein Indonesich eiland door een verhollandste Indonesiër "uit een gewoon Leids rijtjeshuis", die wat overgebleven bezittingen van zijn overleden vader naar diens geboortegrond moet terugbrengen. Daar zullen ze met rituelen omkleed worden ontvangen door de uitgebreide familie van Radjah (koning) Tanja.
Het wordt een missie naar het Indië van tempo doeloe, de bloedige revolutie en het generaalsbewind van oud-president Soeharto, want onder die historische omstandigheden heeft de familie standgehouden.
Een bijzonder vreemd en exotisch nest, waarin het koekoeksjong Brigitte Raskin heel goed om zich heen gekeken heeft. Sterker nog, met bewonderenswaardige precisie heeft zij die uiterst ingewikkelde familieverhoudingen van de kleine landadel tot leven gewekt: die rissen halfbroers en halfzusters, van hoofd- en van bijvrouwen, neven en nichten, en allerlei ondergeschiven kinderen, die om een of andere reden erbij horen. Ik heb haar als "ingewijde" op geen fout kunnen betrappen, en ken eigenlijk geen andere moderne "Indische" boeken, die zo uitgebreid ingaan op die hechte familiebanden, die de Indonesische maatschappij zo beheersen. Haar boek laat duidelijk zien dat bij het instandhouden van de clan niet de politiek bepalend is, maar de adat-voorschriften.
Daarbij is de roman in prachtig Nederlands geschreven, vol rake observaties. Weet u bijvoorbeeld waarom in Indonesië afspraken zo moeilijk worden nagekomen? Raskin: "Een mens onderweg in dit land wordt steevast afgeremd door een hindernis van drukte, chaos, verrassing of vermaak."
Dat de ontknoping van het boek een sterke anti-climax in zich draagt, kan ook moeilijk anders in die hindernis van drukte, chaos, verrassing en vermaak, die de Indonesische samenleving nu eenmaal is, zelfs in een idyllisch oord als het eilandje Sawu aan de rand van het grote, grote eilandenrijk.
Beekman heeft gelijk, je hoeft er niet langdurig geweest te zijn om dat te begrijpen. Je moet wel een schrijver van allure zijn om het zo'n bezielend karakter te geven.