Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

Hans Warren, Haarlems Dagblad, 27-10-1994
Het mooiste aan het werk is misschien de mengeling van ergernis en bewondering die de schrijfster aan de dag legt. Aan de ene kant stelt ze zich kritisch op jegens alles wat hij vertegenwoordigt, aan de andere kant is overal de verknochtheid voelbaar met de familie waaruit ze voortkomt. Het boek is zoiets als een liefdevolle afrekening of een wrevelige liefdesverklaring, geschreven in de meeslepende én klankrijke stijl dien men van Raskin gewend is. Maar het is onder meer ook een familiekroniek, een biografie en een ego-document. Want het relaas over pater Joseph blijkt meteen een eeuw Vlaamse geschiedenis te illustreren.

Jooris van Hulle, De Standaard der Letteren, 15&16-10-1994
“Zo is De eeuw van de ekster een egodocument, maar ook een genealogie, een reisverhaal, maar evenzeer een geschiedschrijving – van de geschiedenis van Scheut tot en met enkele dramatische hoogtepunten uit de Belgische geschiedenis.”

Luc Lannoy, Leesidee, 12-1994
De eeuw van de ekster is voor mijn part een van de weinige hoogtepunten die ons Vlaams letterenland het voorbije jaar kleur gaven. Het boek heeft alles in zich om jaren mee te gaan: er is de geslaagde combinatie van een vinnige, journalistieke pen en een epische adem; er is het boeiende documentaire karakter (dat versterkt wordt door foto’s en documenten), er is het in elkaar vloeien van verschillende genres (historisch verhaal, reisverhaal, biografie…). En, bovenal, het is een lekker dik boek, met klassieke vertelpatronen die je als lezer onderdompelen in de met veel zin voor detail geschilderde sfeer van wisselende tijden en plaatsen.

Ed van de Kerkhof, Eindhovens Dagblad, 9-1-1995
“Feiten, plaatsen, dingen, woorden, herinneringen” – Brigitte Raskin rijgt ze aaneen tot een familiekroniek, tot een biografie van Joseph Raskin, tot de geschiedenis van een vergleden tijdperk en ten slotte tot de geschiedenis van haarzelf. Zij erkent daarbij slechts het Lot en het Toeval, alsof ze wil zeggen dat de dingen nu eenmaal zo gebeuren als ze gebeuren. En misschien is dat ook wel zo, met alle geschiedenis.

Hans Groenewegen, De Bazuin, 20-1-1995
Spion, missionaris, heilige, mens
De Vlaamse schrijfster Brigitte Raskin won zes jaar geleden de, toen nog respectabele, AKO-Literatuurpijs met haar debuut Het koekoekjsong. In een intrigerende mengeling van documentaire en egodocument vertelde ze daarin het leven van een Antwerpse verschoppeling. Een van de vele naamlozen die je in je leven tegenkomt, waar je misschien zelf ook bij hoort. Raskin had in haar studententijd in datzelfde huis gewoond. Ze zou hem zijn vergeten als hij niet was verongelukt en anoniem in de grond gestopt. Misschien zou zij hem dan nog zijn vergeten, als niet haar geliefde uit die tijd eveneens was verongelukt. Als het ware cirkelend om het zwarte gat van die laatste dode in haar leven, zoekt ze naar de identiteit van de eerste en naar de kwaliteit van zijn leven. Al schrijvend voegt ze het verhaal van zijn grauw, voor de ondergang bestemd leven bijeen, en geeft hem zo een naam.

Onlangs verscheen van Brigitte een nieuw boek, De eeuw van de ekster. Zij hanteert daarin eenzelfde procedé. Weer reconstrueert ze iemands levensverhaal. Weer wisselt ze de documentaire reconstructie af met passages over haar eigen reizen, ontmoetingen en overwegingen. Alleen is nu niet een naamloze haar uitgangspunt, maar een mythe. Door het leven van een mythologische figuur onder de loep te nemen, zuivert zij hem van fantasmen en verdichtsels. Het effect van De eeuw van de ekster is zo paradoxalerwijze toch hetzelfde als dat van Het koekoeksjong. Aan het eind blijft een verhaal van een reëel mens. De naam van de heilige is nu de naam van een gewoon bijzonder mens.

Raskin heeft met de hoofdpersoon van De eeuw van de ekster een heel persoonlijke relatie. Hij is haar oom Joseph Raskin. Door zijn leven te reconstrueren reconstrueert zij ook haar familiegeschiedenis. En mede door de bijzondere kwaliteiten en activiteiten van haar oom, schrijft zij tegelijkertijd over de geschiedenis van België en van de missie in deze eeuw. En zij schrijft indirect een geschiedenis van de snelle secularisatie in de twintigste eeuw. Dat doet ze door zichzelf als ongelovige steeds naar de plaatsen te begeven waar haar oom als missionaris of priester actief was.

[…] In 1942 werd Joseph Raskin gearresteerd. Nog anderhalf jaar sleepten de nazi’s hem van de ene gevangenis naar het andere concentratiekamp. Op 18 oktober 1943 werd hij in Dortmund vermoord; hij stierf onder de guillotine. […] Misschien is dit laatste deel van De eeuw van de ekster nog wel het meest indrukwekkend. In deze omstandigheden lijkt Raskin zich te ontdoen van alle pompeuze romantiek, waarin jongensboek en stichtelijke lectuur onontwarbaar ineenvloeien.[…]Uit de getuigenissen die Brigitte Raskin heeft opgespoord, blijkt Joseph Raskin een grote steun en toeverlaat voor zijn medegevangenen te zijn geweest. En uit de gedeelten van zijn aantekeningen uit de gevangenschap die bewaard zijn gebleven, blijkt een onverwoestbaar optimisme en geloof. Heel indirect en aangrijpend signaleert Brigitte Raskin een moment van… ja, van wat? Joseph was gewoon om zijn tekst te doorspekken met de afkorting dum, dum. Dat “dank u moederken” drukte zijn totale liefde voor Maria uit. Twee dagen ontbreekt "dum dum" in zijn aantekeningen: de dag van zijn terdoodveroordeling en de dag erna.

Van Joseph was in de familie Raskin een heilige gemaakt. Er verscheen ook al eerder een hagiografie van hem. In Aarschot staat een standbeeld waarmee Brigitte toen ze klein was sprak. Zij wilde die onaantastbare man terugbrengen tot zijn aardse proporties, tot een man met zijn verlangens, talenten en zijn lichamelijk bestaan.
Meest hanteert zij daarbij de methode van de montage. Zij stelt citaten uit haar peternonks dagboek naast passages uit haar eigen reisverslagen. Zij oordeelt niet, en interpreteert nauwelijks. De teksten naast elkaar geven het woord aan de lezers. Met de ontheiliging groeide bij mij het respect voor de man.

Eigenlijk verliest Brigitte Raskin slechts bij één thema haar distantie. Het is duidelijk dat de blinde overgave van Joseph Raskin aan de roomse leer zoals gecomprimeerd in de aarde- en vleesvijandige Thomas a Kempis, en aan de kerkelijke hiërarchie, haar verbijstert. Zij snapt niet dat haar oom in zijn fundamentalistische verdwazing niet onmiddellijk de overeenkomsten ziet tussen zijn eigen religie en de religie van de Chinezen die hij tracht te bekeren. Ze laat zien hoe hij met dédain schrijft over de rituelen die de arme Chinese boertjes uitvoeren om de geesten ertoe te bewegen de karige grond veel te laten opbrengen. Het volgende moment wordt hij lyrisch over de bekeringsvruchten die hij oogst als hij met wierookvat en wijwater de akker mag wijden. Met hetzelfde doel.
Volgen we het spoor van Brigitte Raskin, dan blijk het hechte fundament onder het antimoderne, ondialogische geloof de totale ontkenning van de lichamelijkheid van de mens te zijn. Alleen onthechting en disciplinerende tuchtiging kan het menselijk lichaam verhinderen gehoor te geven aan zijn neiging tot zonde en ontucht, zo luidt de grondregel. Brigitte Raskin constateert dat zonder de vreugden van het lichaam en zonder het verdriet over de onvolkomenheden ervan, het hoofd niet kritisch denken kan. Zo geeft zij de onthechte heilige niet alleen een menselijke naam, ze geeft hem een lichaam. Hij is te ontmoeten en te genieten.