Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

Jean-Paul Mulders, Het Laatste Nieuws, 6/7-9-2003
Wie in Niemands meester, niemands knecht grasduint, struikelt inderdaad zowat over de geniale vondsten en briljante formuleringen. Een enkele keer is Anthierens’ proza er een beetje over, maar meestal knettert en vonkt het nog alsof het pas was geschreven. Zelfs de vroege reportage uit De Periscoop van 1 april 1959, waarin het toen 22-jarige broekje zijn ontmoeting met zijn grote idool Willem Elsschot beschrijft, is na bijna een halve eeuw nog altijd uiterst lezenswaardig. Tot de ontroerende hoogtepunten van dit boek behoren ongetwijfeld ook de brieven van Anthierens aan zijn zoon Benjamin, die met een drugsverslaving worstelde en herhaaldelijk in ontwenningscentra moest worden opgenomen. […]
Anthierens is dood, leve Anthierens. “Er zijn geen journalisten meer die zo kunnen schrijven,” mompelt een vriend van mij hoofdschuddend terwijl hij door de tekstenverzameling bladert. Ik ben geneigd hem gelijk te geven. […] Anthierens’ passie en pijn zijn verdampt nu. Wat ons rest zijn zijn woorden, onder meer gestold in dit fascinerende boek.

Mark Schaevers, Humo, 9-9-2003
In verzamelde vorm geserveerd, krijgt dit gerecht wel iets monotoons, maar de lange zit loont: Johan Anthierens was live en op papier een man die kon beroeren en ontroeren, en dan blijf je graag lang in de buurt. Bovendien zijn er ook twee interessante brievenbrokken opgenomen. Vooraan zit een stapeltje brieven van de piepjonge Anthierens aan zijn broer Karel – einde jaren vijftig, het portret van de aankomende artiest, al hunkerend naar de verdrijving van “alle idiote dissipline”. Decennia later probeerde Anthierens’ zoon Benjamin de discipline te ontvluchten in de drugs, en tijdens de ontwenningskuur schreef de vader zijn zoon tedere brieven om hem een pad te wijzen: die staan achterin, een ongewoon hoofdstuk Anthierens-zonder-angel.
De ravage die de schrijver Anthierens heeft aangericht, valt nu prettig te overzien. Leve dit boek.