Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

A-Z VAN ALFABET
Om de jaarlijkse International Literacy Day op te luisteren, stelden Alfabetisering Vlaanderen en het Nationaal Centrum voor ontwikkelingssamenwerking de "8-septemberprijs" in ter bekroning van een initiatief tot alfabetisering. In 1996 ging die prijs naar "Kamileon Schoolopbouwwerk", dat taalcreativiteit onder kansarmen in Leuven wil bevorderen. Ik, schrijfster, mocht de prijs uitreiken en bij die gelegenheid het woord voeren.

DE ZO GELETTERDE SCHRIJVER
Er is zoveel dat aan ieder kind moet worden meegegeven en er is zoveel dat geen enkel kind mag worden aangedaan. Het eerste brengt ons hier bij elkaar en het tweede houdt ons al weken bezig in deze onthutsende zomer van 1996.
Tussen de gruwelijke berichten over het lot van ontvoerde meisjes waarmee wij werden geconfronteerd, sijpelde een prachtig verhaal naar buiten. De tiener Sabine zat wekenlang moederziel alleen opgesloten in de kelder van blauwbaard Dutroux. Deze gaf haar letterkoekjes te eten. Sabine speelde met die koekjes en spelde er de namen mee van de mensen die ze hoopte terug te zien. Toen een ander meisje haar gezelschap kwam houden, hebben beiden misschien samen de moeilijke naam van de nieuwkomer gespeld: Laetitia. Zo kondigden de letterkoekjes aan wat de meisjes te wachten stond: de blijdschap van hun bevrijding.
En zo kan het kunnen spellen voor andere kinderen en ook volwassenen een andere bevrijding inluiden: hun emancipatie.

Het verguldt me dat ik, een schrijfster, werd uitgenodigd om hier de 8-septemberprijs 1996 voor verdienstelijk werk in de alfabetisering uit te reiken. Velen onder u kunnen van mening zijn dat een schrijver, het prototype van de geletterde, ver van de alfabetisering af staat, aan het andere eind van de rechte lijn die van het leren spreken, lezen en schrijven naar het kunnen spreken, lezen en schrijven reikt. Zo voel ik de positie van de schrijver echter niet aan, integendeel.
Aan het begin van de alfabetisering is de ongeletterde traag en moeizaam aan het spellen. Hij probeert zich zo raak mogelijk uit te drukken en wil kort en goed naar buiten brengen wat in zijn binnenste op verwoording wacht. Aan het eind van de alfabetisering doet de zo geletterde schrijver precies hetzelfde. Zet de een naast de ander en het zal opvallen dat hun schrijfritme even traag is en hun onzekerheid even groot.
Zo reikt er geen lijn van het ene uiterste naar het andere, maar is een cirkel rond – of kan, als de samenleving genoeg elan bezit, een spiraal van taalcultuur en cultuur tout court de hoogte in gaan draaien.
Daarom ben ík dus van mening dat de twee voor wie de taal een kostbaar goed is waardoor ze zichzelf kunnen uitdrukken en hun leven en wereld naar hun hand kunnen zetten, dicht naast elkaar staan. Het zou de schrijvers aller landen tot een groot gevoel van solidariteit met de nog ongeletterden mogen inspireren.
Dat zoveel anderen níet bedachtzaam of al te roekeloos met de taal omgaan, kan hen overigens kwalijk worden genomen. Taal mag net zo min vermorst worden als zoet water, nog een kostbaar goed waarvan de waarde beter ingeschat wordt in een arm dan in een rijk land.

Laat me hier meteen aan toevoegen dat de afstand tussen de kansrijke die ik als kind al was en de kansarme die een ander als volwassene soms nog niet is, altijd zeer groot is geweest – iets dat velen onder u me waarschijnlijk na kunnen zeggen.
Toen ik mijn eerste boek, Het Koekoeksjong, schreef, heb ik die afstand proberen te bekorten door me te verdiepen in het maar al te ware levensverhaal van ene Frans Maes, een typische kansarme, een jongen uit de Antwerpse Seefhoek. Mijn opzoekingswerk in verband met zijn leven leverde mij veel ambtelijke papieren op, door anderen ingevulde formulieren, en welgeteld drie regeltjes eigen handschrift van Frans Maes. Daarover noteerde ik het volgende: "ik bekijk de drie regeltjes aandachtig, de laatste letter van 'goedgekeurd' kan net zo goed een d als een t zijn, een handigheid die ik apprecieer, meer dan zijn handtekening, die karakterloos is, een onleesbare krabbel met een F als een Z van Zero."
Vandaag schaam ik me eerlijk gezegd voor die hautaine woorden en ook voor de belerende toon waarop ik, in een andere passage, over het schoolverzuim van de onfortuinlijke jongen bericht. Frans Maes kwam in Leuven terecht en gaf zich uit voor student. Ik was student in Leuven en maakte met hem kennis, zonder te zien, laat staan mij erom te bekommeren, dat deze man zijn leven lang veel maatschappelijk onrecht was aangedaan. Toen ik jaren later zijn moeilijke leven onder woorden bracht, was hij al lang dood, zonder ooit in staat te zijn geweest zelf zijn eigen wel en wee te vertellen, laat staan het op te schrijven.

Terwijl iemand als ik zich over zijn eigen teksten buigt en naar zijn allerindividueelste zelfexpressie zoekt, buigt Kamileon Schoolopbouwwerk zich over de teksten van kansarme kinderen, hun ouders en andere volwassenen en stimuleert hen in hun zelfexpressie. Op zijn kleine terrein, in en om het Leuvens buurthuis 't Lampeke, licht Kamileon op door schitterend werk, waaraan de nu toegekende prijs voor verdienstelijk werk in de alfabetisering meer uitstraling kan en zal geven.