Intro  Boek  Fragmenten  Recensies  Uitgaven  Extra's

Op 19 mei 1989 ging de AKO Literatuurprijs naar Het koekoeksjong van Brigitte Raskin. Op de shortlist van de prijs stonden:

  • J. Bernlef, Vallende ster
  • Margriet De Moor, Op de rug gezien
  • Helene Nolthenius, Een man uit het dal van Spoleto
  • Leo Pleysier, Wit is altijd schoon
  • Brigitte Raskin, Het koekoeksjong

Juryrapport
AKO Literatuurprijs 1989


Bij het opstellen van de voordracht van zes had ieder van de juryleden vanzelfsprekend individuele voorkeuren die door anderen niet werden gedeeld. Dat is het aardige van het werken in een jury: je moet de collega’s met argumenten weten te overtuigen. Maar er waren tevens zoveel boeken waarvan de kwaliteiten door allen werden ingezien, dat een incidenteel niet “eens zijn” nooit leidde tot gebrek aan “eensgezindheid” binnen de jury.
Zo kozen we op 6 april, uit het aanbod van bijna tweehonderd, unaniem zes boeken die alle vijf de juryleden – dat waren Hannemieke Stamperius, Hans Warren, Rik van Gorp, Jacq Vogelaar en Erik Jurgens – heel mooi vonden.
Met het kiezen uit die voordracht – door sommigen hardnekkig “nominatie” genoemd – ging het vervolgens moeilijker. Immers, de individuele kwaliteiten van de zes voorgedragen boeken lopen niet sterk uiteen, terwijl zij wel in aard en genre verschillend zijn: vergelijk maar eens de knappe debuten van Margriet de Moor en van Brigitte Raskin; vergelijk het Vlaamse coloriet van Raskin met dat van Leo Pleysier; vergelijk hoe Pleysier met het dood-zijn omgaat en hoe J. Bernlef een proces beschrijft dat daar nog niet aan toekomt; vergelijk het uitgewogen literaire Nederlands van Bernlef met het trefzekere essayistische taalgebruik van Rudy Kousbroek; vergelijk de briljante waarnemingen van Kousbroek met de invoelende eruditie van Helene Nolthenius; vergelijk het leven van een heilige wereldhervormer bij Nolthenius met dat van een onzalige randfiguur bij Raskin.

De keuze was dus moeilijk. Toch is er maar één AKO-Literatuurprijs 1989 te vergeven. De vergelijking moest dus na afweging leiden tot een beslissing.
Om dat te doen kun je heel verschillende criteria de doorslag laten geven: stijl, compositie, beeldend vermogen, taalgebruik, menselijke betrokkenheid, oorspronkelijkheid, intellectuele diepgang, ja zelfs de mate waarin het boek “ontroering” op de lezer overbrengt.
Het was prettig geweest als alle juryleden dezelfde criteria in dezelfde mate hadden laten gelden, en dus bij dezelfde nummer één terecht waren gekomen. Dat was echter niet het geval. We hadden toen kunnen mikken op een consensus, waarmee we met z’n allen althans vrede hadden kunnen hebben. Hadden we de zes tenslotte niet zelf uitgezocht? We hebben dit wel even overwogen. Maar eensgezindheid terzake zat er niet in. Toen hebben we kloek een meerderheidsbeslissing genomen, overwegende dat zo’n beslissing uiteindelijk waardevoller kan zijn dan een compromis, en dat het beter is geestdriftig te zijn in meerderheid dan te berusten in eensgezindheid. Soms doet controverse in de openbare discussie het beste uitkomen… Een meerderheidsbeslissing dus, zij het uit een zestal dat door de hele jury was voorgedragen!

Het winnende boek is oorspronkelijk in de evenwichtige vermenging van eerder gehanteerde genres. Het is ook oorspronkelijk in het evenwicht tussen afstand en empathie, tussen het zoeken van het wezen van de ander en het zoeken naar wat men van zichzelf liever verborgen had gehouden.
Het winnende boek gebruikt een diversiteit van stijlen – van zakelijk beschrijvend tot puur eigen – die onze criteria van wat literatuur is uitdaagt, stijlen die het de auteur veroorloven tegenover het gekozen thema elke gewenste afstand in te nemen.
Het boek doet een beroep op onze intellectuele nieuwsgierigheid én op onze gevoelens, op ons persoonlijke én op ons sociale geweten.
De auteur vervlecht het lot van de kleine crimineel, de leugenaar, de kruimeldief, met episodes uit het eigen geborgen bestaan. Het winnende boek herschept dit zo nabije verleden dat nu al ontglipt, schetst een indringend tijdsbeeld van de afgelopen halve eeuw in allerlei milieus.
De beschrijving van het leven van een ander gaat subtiel gepaard met een impliciete beschrijving van het eigen groeiproces. Het is een verslag van een obsessie geworden, is tegelijk een verklaring van het waarom van die obsessie. In dit boek leidt een zorgvuldig feitenonderzoek, verricht om een omissie uit het verleden goed te maken, tot een groeiend begrip voor de eigen levensgeschiedenis. Zo wisselen leven en literatuur van plaats: een gestorven kennis, waarvoor in eerste instantie nauwelijks meer dan afkeer bestond, en een gestorven geliefde die een wezenlijke rol in het leven van de auteurs speelde, komen naast elkaar te staan. Maar in het boek staat de kennis centraal, en de geliefde wordt terloops vermeld. Verdriet om de geliefde krijgt literair gestalte in verdriet om de door niemand geliefde.

Wie nog niet weet over welk boek dit gaat, heeft het kennelijk nog niet gelezen. Dat is helaas maar al te goed mogelijk, omdat het van de zes voordrachten in Nederland de minste publiciteit heeft gekregen.
Dat gaat nu anders worden.
Want de AKO-Literatuurprijs 1989 gaat naar… Brigitte Raskin voor haar debuut Het koekoeksjong.

Hoewel geen auteur zich zou hoeven te schamen voor een oeuvre dat slechts bestaat uit één boek, als het kwaliteiten heeft als dit boek, hoopt de jury dat de AKO Literatuurprijs 1989 Brigitte Raskin zal stimuleren om het niet bij dit debuut te laten.

Zie voor meer informatie over de AKO Literatuurprijs: www.akoliteratuurprijs.nl